Buddhachannel

In dezelfde categorie

29 juin 2016

Femmes de l’Église

29 juin 2016

Gayatri Mantra

15 juin 2016

Les Dieux de l’Inde

2 de mayo de 2016, por Buddhachannel Es.

Los Dioses de la India










Instagram





Rubrieken

Pesach en Pasen

zondag 28 maart 2010, door Buddhachannel Nederlands

Langues :

Alle versies van dit artikel: [English] [Español] [français] [italiano] [Nederlands] [Português]

Pesach en Pasen

Gedekte tafel op sederavond

Pesach (Hebreeuws: פסח – afgeleid van ’sloeg over’: Pasach), ook bekend als het lentefeest, vrijheidsfeest of matzefeest is een van de belangrijkere feesten in het jodendom. Met Pesach herdenkt men de joodse slavernij in Egypte en de uittocht uit Egypte (’Exodus’) en daarmee de bevrijding van de slavernij. Deze gebeurtenissen, die niet zijn geverifieerd via bronnen buiten het jodendom, staan centraal in de joodse ethos.

Pesach duurt zeven of acht dagen en begint op de avond van de 15e nisan die in maart of april kan vallen. Pesach eindigt in Israël op de 21e nisan en daarbuiten op de 22e nisan.
Het feest vangt aan met één sederavond in Israël en twee erbuiten. Op deze sederavond worden teksten gelezen, liederen gezongen, de vier vragen worden gesteld ( waarom eten wij anders dan alle avonden matze, waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop, waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden en waarom eten we anders dan alle andere avonden bittere kruiden) er worden 4 bekers wijn (of druivensap) gedronken en een maaltijd ( de sedermaaltijd) genuttigd volgens een vrij vast patroon. Gedurende de hele Pesachweek, die bij sommige Joden 7 dagen duurt en bij anderen 8, mag men volgens de religieuze voorschriften geen gerezen voedsel eten. In plaats van regulier brood eet men matzes oftewel ’ongerezen’ broden.

Op de sederavond wordt uit de haggada gelezen, een boekje met hierin samengevat de gebeurtenissen voor en tijdens de uittocht met uitleg voor kinderen en volwassenen.

Mozes

In het Bijbelboek Exodus wordt beschreven hoe Mozes het volk in opdracht van God na op de dag af 430 jaar in Egypte van de slavernij bevrijdde, in de maand Aviv. De toenmalige farao weigerde hen te laten gaan, omdat het goedkope arbeidskrachten waren, maar na de tien plagen mocht het volk weg. Vervolgens wordt de doortocht door de Rode Zee (toen nog Schelfzee) beschreven en 40 jaar omzwervingen door de Sinaïwoestijn voordat het beloofde land Kanaän in bezit genomen mocht worden.
[bewerken]De besnijdenis

De avond voor de uittocht werd de Paschatraditie ingesteld, gesteund door voorschriften die Mozes had gekregen (hoofdstuk 12): men moest met een bosje hysop bloed van een ’vlekkeloos’ geslacht lam smeren op beide deurposten en de bovendorpel; men moest staande en met reiskleren aan een maaltijd nuttigen van ongezuurd brood, en het gebraden vlees van het offerdier. Slaven mochten wel mee-eten, maar alleen als ze besneden waren. Dat gold ook voor vreemdelingen, bijwoners en dagloners. Het Pascha moest thuis, en famille, gevierd worden en geen stukje vlees mocht naar buiten gebracht worden. Er mocht geen been van het dier gebroken worden. Heel Israël moest dit vieren.

De broodkoeken waren ongezuurd omdat het volk haastig moest vertrekken, zonder te kunnen wachten tot het deeg gerezen en volgens gewoonte bereid was (Ex.12: 39). Het moest ’s avonds of ’s nachts worden gegeten omdat het "een nacht van waken ter ere van de Here" (Ex.12:42) zou zijn, omdat Hij hen die nacht Egypte had uitgeleid. Later werd het vroegste tijdstip van de paasmaaltijd officieel vastgesteld op 19.00 uur. Het hele feest duurde vanaf die tijd zeven dagen.

De lossing

De traditionele Pesachviering gebeurt nog altijd volgens vaste patronen. De oudste zoon van een joodse familie moest volgens Exodus 12 worden ’gelost’ (niet als alle eerstgeboren dieren verplicht geofferd, maar met een plaatsvervangend offer daarvan gered). Tijdens de traditionele Pesachmaaltijd legt de vader of familieoudste de betekenis van het Pascha uit, en refereert onder andere aan de ’lossing’ van de eerstgeboren zoon. Die vraagt dan wat dat allemaal betekent, waarop de vader Gods daden bij de uittocht memoreert, en het belang van de ’lossing’.Het jongste kind stelt de vier vragen, en daarmee begint de vertelling van het pesachverhaal. Vier bekers wijn doen de ronde onder leiding van de mannelijke oudste van het gezin. Die maaltijd valt op de 14e Nisan, de dag dat het volle maan is en in de maand waarvan de 14e dag, van de nieuwe maan af gerekend, valt op of na de lente-equinox.

Bloed aan de deurpost

Na de tijd van koning Salomo ging het bergafwaarts met het houden van de voorschriften en feesten. In 621 v.Chr. herstelde koning Josia de tempeldienst en ook het Pascha. Opnieuw werden de Mozaïsche voorschriften voor het feest ingevoerd: bloed aan de deurpost en bovendorpel, reiskleren aan; het slachten van een ontweid dier ’tussen de avonden’, dat wil zeggen bij het volle maan tussen de eerste zonsopkomst en volledige zonsondergang; het eten van gebraden vlees met soms de ingewanden naast de kop gelegd, ongezuurd brood en bittere kruiden, soms een soort bruine vruchtenmoes. Wijn kwam er pas later bij. Tot aan de Babylonische ballingschap (ca. 470-400 v.Chr.) functioneerde het feest met wisselend succes.
Na de ballingschap werd het Pascha opnieuw een pelgrimsfeest. Men kwam van overal voor een week naar Jeruzalem, waar de herbouwde tempel weer een prominente rol vervulde. Begrijpelijkerwijs stond de viering de eerste tijd in het teken van de terugkeer uit Babylonië, maar geleidelijk aan kwam het accent weer op de Exodus te liggen.

Pascha en Massot

Het paaslam van de familie of gemeenschap werd op de 14e Nisan (voorbereidingsdag) na het middaguur in de tempel geslacht, daarna meegenomen naar het onderkomen, gebraden en bij de maaltijd op 15 Nisan na 19.00 uur genuttigd. Er werd wijn gedronken, ongezuurd brood en kruidensla gegeten en een loflied gezongen, het Hallel.

Pesach en het christendom

Christenen noemen Pesach vaak ’pascha’. Pascha is het Aramese woord voor Pesach. Opvallend is dat in de Oosters-orthodoxe kerk het woord Pascha met het Griekse Pascho (dat "lijden" betekent) verbond. Daarmee gaf men een christelijke betekenis aan Pasen. Vreemd genoeg is ’pascha’ juist de Hebreeuwse naam voor het christelijke paasfeest. Het christelijke Pasen is geïnspireerd op het joodse Pesach en het vroegere lentefeest — dat dus aan de basis van beide ligt — hoewel met een nieuwe symboliek rond de kruisiging en wederopstanding van Jezus.

Aangezien Jezus en zijn volgelingen zelf Pesach vierden, is er eind 20e eeuw en begin 21e eeuw een gebruik onder sommige groepen christenen ontstaan — oorspronkelijk in Duitsland — om jaarlijks de sederavond te vieren met als doel zo ’dichter bij Jezus te staan’. Ook discussiëren sommige christenen of dit nieuwe gebruik wel authentiek en gewenst is. Het jodendom zelf stelt dat de Pesachregels alleen van toepassing zijn op mensen die joods zijn; het jodendom hekelt de externe uitdraging van religie.

Wikipedia

- 

N.B.


De joden vieren rond dezelfde als de christenen Pasen vieren, Pesach (ook wel Pascha genoemd). Dit feest herinnert de Joden aan de uittocht uit Egypte, geleid door Mozes.

Duizenden jaren geleden vluchtten de in ballingschap levende Joden voor de onderdrukking van de Farao. De nacht voordat ze (stiekem) weg zouden gaan, moesten ze een lam slachten en het bloed op de deurposten smeren. Hierdoor ging god aan de deuren van de Joden voorbij en voerde een verschrikkelijke de tiende plaag uit: de oplegde: de dood van alle eerstgeborenen van de Egyptenaren.

Ook moesten ze ongezouten broden bakken, om mee te nemen. Ze vluchtten door de woestijn, gevolgd door Egyptische soldaten, tot aan de Dode Zee. Daar aangekomen, bad Mozes tot God en de zee ’opende’ zich. Net voordat alle joden aan wal waren, ’sloot’ het pad door de zee zich en de Egyptische soldaten verdwenen in de golven.

Toen waren de Joden aangekomen in het Beloofde Land, wat tegenwoordig Israël is. Tijdens deze reis zijn gaf God de Joden de tien geboden. Pesach is één van de belangrijkste Joodse feestdagen.

Pesach en Pasen

leder voorjaar vieren joden en christenen Pasen. De joden gebruiken het Hebreeuwse woord ’Pesach’, de christelijke benaming ’Pasen’ is daarvan afgeleid. In de regel vallen de feesten niet precies op dezelfde datum, maar het verschil bedraagt nooit veel meer dan een maand.
Paaslam
Het joodse Pesach en het christelijke Pasen hebben meer met elkaar gemeen dan alleen hun naam en hun datum. Zij gaan beide terug op dezelfde oorsprong, namelijk het Paasfeest dat beschreven wordt in het Eerste Testament. Wij lezen daar dat de joden elk voorjaar, op de dag en de nacht van de volle maan, een paaslam slachtten en vervolgens in groepen het geslachte lam aten met ongedesemde broden en bittere kruiden. Op die manier herdachten zij de bevrijding uit de slavernij van Egypte. Het ging daarbij niet om het gedenken van zomaar een gebeurtenis uit een ver en voorbij verleden. Het betrof hét gebeuren uit het verleden bij uitstek waaraan zij hun bestaan en hun eigenheid te danken hadden. Tijdens het Paasfeest werd dat opnieuw werkelijkheid. Tegelijkertijd werd ook vertrouwen in de toekomst gewekt: God die zich in het verleden had geopenbaard als een bevrijdende God, zal dat ook in de toekomst doen.

Eucharistie
Er zijn wel duidelijke verschillen tussen de wijze waarop joden Pasen vieren en de manier waarop christenen dat doen. Voor de joden is het hoogtepunt van het feest het Sedermaal dat thuis wordt gevierd. Christenen komen bij elkaar in de kerk tijdens de paaswake en zij lezen het verhaal van de uittocht in het licht van de dood en de verrijzenis van Jezus Christus. Zij hebben eigen rituelen. In plaats van het Pesachmaal vieren zij de eucharistie. Zij dopen in de Paasnacht en kennen rituelen met licht en (doop)water. Dat neemt niet weg dat ook voor hen Pasen nog steeds een feest van bevrijding en hoop is.
Gerard Rouwhorst, Werkgroep Liturgie en Pastoraat KRI

In de Bijbel is Pasen altijd Pesach

Pasen en Pinksteren zijn de vroegste christelijke feesten. Al in de vroege kerk omvatte Pasen de viering van het lijden, de kruisdood en de opstanding van Christus. In de paasnacht werd er gedoopt en vierde men de eucharistie, en de paasmorgen betekende het einde van de vastentijd. Op een of andere manier houden alle genoemde aspecten van het paasfeest verband met bijbelse gegevens in de vier evangeliën van het Nieuwe Testament, maar geldt dat ook voor Pasen als speciale feestdag?

Aanvankelijk vierden christenen het paasfeest op de 14de dag van de maand nisan. Dat is ook de dag van het joodse Pesach, het feest waarop de Joden de bevrijding van Israël uit Egypte herdenken (zie met name Exodus 12-13). Het is de dag van de eerste volle maan na het begin van de lente. In de zeven daarop volgende dagen valt het feest van het Ongedesemde brood. Het woord Pesach kan daar ook naar verwijzen.

Maar niet voor alle christenen viel Pasen op dezelfde dag als het joodse Pesach. Sinds de tweede eeuw vierde men in Rome en andere plaatsen Pasen op de zondag na 14 nisan. De keuze voor die dag kwam beter overeen met de overlevering over de opstanding die volgens de evangelisten plaatsvond op de zondag na de 14de van de maand nisan. Tijdens het concilie van Nicea in 325 werd die basis voor de berekening van de paasdatum overgenomen.
Met het verschuiven van de datum werd de band met Pesach losser en kreeg men behoefte aan een andere invulling van de gedenkdag. De relatie met het joodse Pesach werd formeel nog wel bewaard via de koppeling met de stand van de maan. Maar de nadruk viel niet langer op de uittocht uit Egypte: het lijden en sterven en de opstanding van Jezus kwamen centraal te staan. Pasen en Pesach werden meer en meer feesten die kenmerkend waren voor verschillende tradities. De woorden Pasen en Pesach roepen twee verschillende werelden op.

Het christelijke paasfeest staat niet op de kalender van feestdagen in de Bijbel, het is van latere datum. Het gaat in het Oude en Nieuwe Testament om het joodse Pesach. Dat ligt voor de hand, maar het komt niet in alle bijbelvertalingen duidelijk tot uitdrukking. In de NBG-vertaling 1951 bijvoorbeeld is standaard gekozen voor de aanduiding Pascha, als er in het Hebreeuws pèsach of in het Grieks pascha staat. Pascha is Aramees voor het Hebreeuwse woord Pesach, en het woord verwijst steeds naar het feest waarop de Joden jaarlijks de uittocht uit Egypte gedenken. Toch komen daarnaast in de NBG-vertaling 1951 ook samenstellingen als paasfeest en paaslam in de vertaling voor. Die woorden doen in de Nederlandse context sterk aan het christelijke Pasen denken, en zo wordt de lezer makkelijk op het verkeerde been gezet. Dat is ook het geval in de Groot Nieuws Bijbel en de Willibrordvertaling, waarin Pascha moest plaats maken voor Pasen, paasfeest en dergelijke.
In De Nieuwe Bijbelvertaling is in al deze gevallen het woord Pesach gebruikt. Pesach is weliswaar een leenwoord, maar het is zeker voldoende ingeburgerd in onze taal, net als het woord Poeriem. En er zijn ook zinvolle samenstellingen mee te maken zoals pesachoffer en pesachmaal, woorden die ondubbelzinnig passen in de context van de viering van de uittocht uit Egypte, ook in het Nieuwe Testament. Vandaar dat we in De Nieuwe Bijbelvertaling van Lucas 22 bijvoorbeeld woorden als Pesach, pesachmaal en pesachlam tegenkomen. Zoals in Lucas 22:1: ’Het feest van het Ongedesemde brood, dat Pesach genoemd wordt, was bijna aangebroken.’ En in vers 7-8: "De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ’Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’" Hier is duidelijk niet Pasen bedoeld zoals dat bij velen bekend is als een verwijzing naar de opstanding, maar wel de 14de dag van de maand nisan van de joodse kalender.

Forum op aanvraag

Om deel te nemen aan dit forum, dien je op voorhand te registreren. Gelieve hieronder je logingegevens in te vullen die je bezorgd werden Als je nog niet geregistreerd bent, dien je je inschrijven.

VerbindingRegistrerenpaswoord vergeten?